Oefenen per groep: van peuter tot groep 8
Wat past bij welke groep? Hieronder staat per groep van de basisschool wat een kind op Leersafari kan oefenen: kleuren, tellen, vormen, letters, lezen, spelling, rekenen, tafels, procenten, klokkijken, geld, meten, grafieken, topografie en denkpuzzels.
De leeftijd en groep op de safaripas bepalen waar een kind begint. Een ander niveau kiezen kan altijd, bij "Voor ouders" of in de safari zelf.
Ga direct naar: peuters, groep 1, groep 2, groep 3, groep 4, groep 5, groep 6, groep 7, groep 8
Peuters (3 jaar)
Vormensafari, niveau 1
Zes vormen: cirkel, vierkant, driehoek, rechthoek, ster en hart. Weinig keuzes, de vormen staan recht en elke opdracht wordt voorgelezen.
Telsafari, niveau 1
Tellen tot 5 met nette rijtjes dieren, meer en minder, en de dobbelsteen. Alles wordt voorgelezen.
Kleurensafari, niveau 1
Rood, geel, blauw en groen: de kleur aanwijzen, dezelfde kleur zoeken en sorteren. Alles wordt voorgelezen.
Groep 1 (4 jaar)
Vormensafari, niveau 1
Vormen zoeken, tellen en passen met de zes basisvormen. Memory met drie paren.
Woordensafari, niveau 4 jaar
Zonder lezen: luister en zoek het plaatje, wat hoort erbij (dieren, eten, kleren), tegenstellingen als groot en klein, plaatswoorden als op en onder, en lang of kort woord. Daarnaast rijmen en het alfabet: letters zoeken, herkennen en hardop zeggen.
Telsafari, niveau 1
Tellen tot 5, cijfers horen en zoeken, evenveel, en het eerste, middelste en laatste dier in de rij.
Puzzelsafari, niveau 1
Schaduwen zoeken, patronen afmaken, wat hoort er niet bij en dierenmemory. Alleen plaatjes.
Kleurensafari, niveau 2
Oranje, paars, roze, bruin, zwart en wit erbij. Kleurenrijen afmaken en tellen per kleur.
Geheugensafari, niveau 1
Wat is er weg, wie is erbij gekomen en memory met vier paren. Twee of drie dingen onthouden.
Groep 2 (5 jaar)
Vormensafari, niveau 2
Ovaal, ruit, maan, kruis en pijl komen erbij, en de keuzes lijken meer op elkaar.
Woordensafari, niveau 5 jaar
Letters zoeken en zelf korte woorden maken, daarna woorden met lange klanken zoals boom en muis.
Telsafari, niveau 2
Tellen en getallen tot 10, twee dobbelstenen samen, de getallenrij en splitsen tot 7.
Puzzelsafari, niveau 1 en 2
Langere patronen, spiegelen op een klein rooster en de eerste blokkenbouwsels.
Kleurensafari, niveau 3 en 4
Lichte en donkere tinten, kleuren mengen, de regenboog, en kleur, grootte en vorm tegelijk.
Geheugensafari, niveau 1 en 2
Plekken in een rooster onthouden, de rij kleuren nadoen en een kort verhaaltje onthouden.
Groep 3 (6 jaar)
Woordensafari, niveau 6 jaar
Woorden met lange klanken, twee medeklinkers, sch en ng, tot woorden van twee lettergrepen. Dit sluit aan bij het leren lezen in groep 3.
Vormensafari, niveau 2 en 3
Vijfhoek, zeshoek, halve cirkel, trapezium en parallellogram. De vormen zijn soms gedraaid of verschillend van grootte.
Telsafari, niveau 3 en 4
Getallen tot 20 met het tienveld, splitsen tot 10 en erbij en eraf met plaatjes.
Kloksafari, niveau 1
Hele uren aflezen, de klok zelf zetten, dagdelen en de dagen van de week.
Geldsafari, niveau 1
Munten van 1 en 2 euro en het briefje van 5: herkennen, tellen en gepast betalen tot 10 euro.
Puzzelsafari, niveau 2
Getallenreeksen met sprongen, dierensudoku van 3 bij 3 en routes volgen.
Geheugensafari, niveau 2
Drie of vier dingen onthouden: cijfers, namen van dieren en patronen.
Groep 4 (7 jaar)
Woordensafari, niveau 7 jaar
De eerste spellingregels: ei of ij, au of ou, d of t aan het eind, raket en kikker. Daarna zelf typen, en zinnen met een ontbrekend woord.
Sommensafari, groep 4
De sommen passen bij groep 4: dat is niveau 1 van de Sommensafari. Binnen een ronde lopen de sommen op: de eerste drie herhalen het jaar ervoor, de middelste drie zijn het doel voor het eind van het schooljaar en de laatste twee kijken vooruit.
| Onderdeel | Begin van de ronde | Midden | Eind |
|---|---|---|---|
| Optellen | Tot 100: 34 + 5, tientallen erbij | Tot 100 met overschrijden van het tiental: 47 + 25 | Tot 100 met grotere sprongen: 38 + 57 |
| Aftrekken | Tot 100: 45 − 3 | Tot 100: 63 − 28, verschil tussen twee getallen | Tot 100 met inwisselen: 82 − 47 |
| Vermenigvuldigen | Tafels van 1, 2, 5 en 10 | Tafels van 1 t/m 5 en 10; 3 × 20 | Tafels van 3 t/m 6; 4 × 23 met splitsen |
| Delen | Eerlijk verdelen; deeltafels van 1, 2, 5 en 10 | Deeltafels t/m 5 en 10; 9 : 2 = 4 rest 1 | 60 : 3 en 48 : 2 |
Vormensafari, niveau 3 tot en met 5
Minder bekende vlakke vormen en ruimtelijke vormen: bol, kubus, balk, cilinder, kegel en piramide.
Kloksafari, niveau 2
Hele en halve uren, analoog en digitaal, een half uur vooruit en terug rekenen.
Geldsafari, niveau 2
Bedragen tot 20 euro, wisselgeld van 10 en 20 euro en boodschappen optellen.
Meetsafari, niveau 1
De liniaal aflezen in centimeters, kiezen tussen centimeter, meter en kilometer, hokjes tellen voor omtrek en oppervlakte.
Tafelsafari, niveau 1 en 2
De tafels van 1, 2, 5 en 10, daarna 3 en 4. Op een rij en door elkaar, met stippenvelden.
Taalsafari, niveau 1
Zelfstandige naamwoorden, de of het, meervoud, verkleinwoorden, tegenstellingen en zinnen bouwen.
Schattensafari, niveau 1
Afronden op tientallen, schattend optellen tot 100 en stippen schatten.
Groep 5 (8 jaar)
Woordensafari, niveau 8 jaar
Lange samengestelde woorden, woorden op -ig en -lijk en leenwoorden met c, x en y.
Sommensafari, groep 5
De sommen passen bij groep 5: dat is niveau 2 van de Sommensafari. Binnen een ronde lopen de sommen op: de eerste drie herhalen het jaar ervoor, de middelste drie zijn het doel voor het eind van het schooljaar en de laatste twee kijken vooruit.
| Onderdeel | Begin van de ronde | Midden | Eind |
|---|---|---|---|
| Optellen | Tot 100: 47 + 25 | Tot 1000 met tientallen: 340 + 250 | Tot 1000: 468 + 357; geld tot € 10 |
| Aftrekken | Tot 100 met inwisselen | Tot 1000 met tientallen: 630 − 240 | Tot 1000: 911 − 476 |
| Vermenigvuldigen | Tafels van 1 t/m 5 en 10 | Tafels van 6, 7, 8 en 9; 6 × 24 splitsen | Alle tafels door elkaar; 7 × 59 |
| Delen | Deeltafels t/m 5 en 10 | Deeltafels van 6 t/m 9; delen met rest; 84 : 4 | Alle deeltafels; 360 : 4; hoeveel bussen zijn nodig? |
Kloksafari, niveau 3
Kwartieren: kwart over en kwart voor, de maanden en de seizoenen.
Geldsafari, niveau 3
Centen: munten van 5, 10, 20 en 50 cent, bedragen met een komma tot 5 euro.
Meetsafari, niveau 2
Meter en centimeter, kilogram en gram, de maatbeker aflezen en de omtrek van een rechthoek.
Kaartsafari, niveau 1
De twaalf provincies, acht grote steden, Nederland en de buurlanden op de kaart van Europa.
Puzzelsafari, niveau 3
Roosters van 4 bij 4 spiegelen en draaien, verstopte blokken tellen en plaatjessommen.
Tafelsafari, niveau 3
Alle tafels van 2 tot en met 10, de deeltafels en keersommen met tientallen.
Grafieksafari, niveau 1
Turven, het beelddiagram en het staafdiagram met een schaal per 1.
Taalsafari, niveau 2
Werkwoord en onderwerp, klinkerwissel in het meervoud, hoofdletters en uitdrukkingen.
Breukensafari, niveau 1
Halven en kwarten herkennen, kleuren en vergelijken met taarten en stroken.
Tijdsafari, niveau 1
De tien tijdvakken met plaatjes, ronde jaartallen en de bekendste personen.
Schattensafari, niveau 2
Afronden op honderdtallen en schattend rekenen tot 1000.
Groep 6 (9 jaar)
Woordensafari, niveau 9 jaar
Samengestelde en vreemde woorden, typen van steeds langere woorden en zinnen met werkwoordspelling: hij wordt, jij vindt.
Sommensafari, groep 6
De sommen passen bij groep 6: dat is niveau 3 van de Sommensafari. Binnen een ronde lopen de sommen op: de eerste drie herhalen het jaar ervoor, de middelste drie zijn het doel voor het eind van het schooljaar en de laatste twee kijken vooruit.
| Onderdeel | Begin van de ronde | Midden | Eind |
|---|---|---|---|
| Optellen | Tot 1000: 468 + 357 | Tot 10.000: 3450 + 1280 | Tot 10.000: 4567 + 3876; geld tot € 100 |
| Aftrekken | Tot 1000: 911 − 476 | Tot 10.000: 3841 − 1680 | Tot 10.000 met twee keer inwisselen |
| Vermenigvuldigen | Alle tafels; 6 × 24 | Tafels van 6 t/m 9; 7 × 49 | Tafels van 11 en 12; 15 × 38 |
| Delen | Alle deeltafels; 84 : 4 | 320 : 4 en 3200 : 4; 39 : 6 met rest | 372 : 6; 167 : 3 met rest |
Kloksafari, niveau 4
Op vijf minuten nauwkeurig, zoals tien voor half vier, en digitale tijden na twaalf uur 's middags.
Geldsafari, niveau 4
Alle munten en briefjes, bedragen tot 20 euro, slim betalen met zo weinig mogelijk munten.
Meetsafari, niveau 3
Millimeter, decimeter en ton, temperaturen onder nul en oppervlakte als lengte keer breedte.
Kaartsafari, niveau 2
Alle provinciehoofdsteden, West- en Noord-Europa met hoofdsteden en vlaggen.
Tafelsafari, niveau 4
De lastige tafels door elkaar en op tempo in de bliksemronde.
Procentensafari, niveau 1
50, 25 en 10 procent: het honderdveld, het cirkeldiagram en een deel van een rond getal.
Grafieksafari, niveau 2
Staafdiagrammen met een schaal per 2 of per 5, tabellen en de lijngrafiek.
Taalsafari, niveau 3
Bijvoeglijk naamwoord, lijdend voorwerp, hij wordt en zij vindt, de verleden tijd van sterke werkwoorden.
Breukensafari, niveau 2
Derden, vijfden en achtsten, een deel van een getal en optellen met gelijke noemers.
Kommasafari, niveau 1
Tienden op de getallenlijn, vergelijken en optellen met één cijfer achter de komma.
Tijdsafari, niveau 2
Tien personen en veertien gebeurtenissen bij hun tijdvak, en de tijdlijn.
Groep 7 (10 jaar)
Woordensafari, niveau 10 jaar
Typen van lange en vreemde woorden. Werkwoordspelling in zinnen.
Sommensafari, groep 7
De sommen passen bij groep 7: dat is niveau 4 van de Sommensafari. Binnen een ronde lopen de sommen op: de eerste drie herhalen het jaar ervoor, de middelste drie zijn het doel voor het eind van het schooljaar en de laatste twee kijken vooruit.
| Onderdeel | Begin van de ronde | Midden | Eind |
|---|---|---|---|
| Optellen | Tot 10.000 | Tot 100.000: 45.000 + 12.345 | Tot 100.000 en kommagetallen: 3,4 + 2,8 |
| Aftrekken | Tot 10.000 | Tot 100.000: 61.577 − 16.803 | Tot 100.000 met grote getallen |
| Vermenigvuldigen | Tafels van 6 t/m 9; 7 × 49 | Met nullen: 3 × 40; 35 × 67 | 7 × 80 en 9 × 300; 4 × 732 |
| Delen | 320 : 4; delen met rest | 372 : 6; 585 : 8 met rest | 2436 : 6; 183 : 58 met rest |
Kloksafari, niveau 5
Op de minuut nauwkeurig met 24-uurstijden, en tijdsduur over het hele uur heen.
Meetsafari, niveau 4
Omrekenen met kommagetallen, zoals 1,5 km is 1500 m, en samengestelde figuren.
Kaartsafari, niveau 3
Twintig steden, de wateren van Nederland, Midden- en Oost-Europa en de oceanen.
Puzzelsafari, niveau 4
Getallenregels, drie kleuren spiegelen, leeftijden uitrekenen uit aanwijzingen.
Procentensafari, niveau 2 en 3
Korting uitrekenen, rekenen via 10 procent en 1 procent, procenten en breuken omzetten.
Grafieksafari, niveau 3
Lijngrafieken, waarden tussen de lijnen, rijen en kolommen optellen en coördinaten in het rooster.
Taalsafari, niveau 4
Voorzetsel, meewerkend voorwerp, 't kofschip, de komma en spreekwoorden.
Breukensafari, niveau 3
Gelijkwaardige breuken, vereenvoudigen, helen eruit halen en de getallenlijn tot 2.
Kommasafari, niveau 2
Honderdsten, afronden, keer 10 en gedeeld door 10.
Tijdsafari, niveau 3
Jaartallen van gebeurtenissen, eeuwen en rekenen met jaren.
Groep 8 (11 en 12 jaar)
Woordensafari, niveau 11 en 12 jaar
Typen van samengestelde woorden, leenwoorden en woorden tot veertien letters. Werkwoordspelling met dd en tt en het voltooid deelwoord.
Sommensafari, groep 8
De sommen passen bij groep 8: dat is niveau 5 van de Sommensafari. Binnen een ronde lopen de sommen op: de eerste drie herhalen het jaar ervoor, de middelste drie zijn het doel voor het eind van het schooljaar en de laatste twee kijken vooruit.
| Onderdeel | Begin van de ronde | Midden | Eind |
|---|---|---|---|
| Optellen | Tot 100.000; geld | Kommagetallen: 1,61 + 6,87 | Tot 1.000.000: 345.991 + 52.859 |
| Aftrekken | Tot 100.000 | Tot 100.000 met grote getallen | Tot 1.000.000: 933.294 − 103.150 |
| Vermenigvuldigen | Met nullen; 35 × 67 | 4 × 732; 60 × 300 | 60 × 40; 14 × 364 |
| Delen | 372 : 6 | 2436 : 6; 183 : 58 met rest | 240 : 12; 917 : 31 met rest |
Meetsafari, niveau 5
Alle maten door elkaar, vierkante en kubieke maten, de ontbrekende zijde bij omtrek en oppervlakte.
Kaartsafari, niveau 4 en 5
Alle 35 steden, alle 45 landen van Europa met hoofdsteden, en beroemde plekken op de wereld.
Puzzelsafari, niveau 5
Kwadraten, priemgetallen en de rij van Fibonacci, sudoku met vakken en routes als bij programmeren.
Procentensafari, niveau 4 en 5
Verhoudingstabellen, boven de 100 procent, terugrekenen naar het geheel, rente en btw.
Grafieksafari, niveau 4 en 5
Het cirkeldiagram met percentages, het gemiddelde, de mediaan en de modus.
Taalsafari, niveau 5
Alle tien woordsoorten, alle zinsdelen, onregelmatige vormen en aanhalingstekens.
Breukensafari, niveau 4 en 5
Ongelijknamige breuken optellen en aftrekken, breuk keer breuk en delen.
Kommasafari, niveau 3 tot en met 5
Duizendsten, kommagetallen vermenigvuldigen en delen, afronden op honderdsten.
Tijdsafari, niveau 4 en 5
Jaren voor Christus, Romeinse cijfers en gebeurtenissen die dicht bij elkaar liggen.
Schattensafari, niveau 5
Schatten met grote getallen en procenten, en uitkomsten controleren.
Brugklas en ouder
Voor wie de basisschool af heeft, blijven de lange woorden en de werkwoordspelling van de Woordensafari en het hoogste niveau van de Sommensafari goede oefening.